De casus-aanpak: zorgen om de veiligheid van een kind? | Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik

U bent hier:Home > Thema's > De casus-aanpak: zorgen om de veiligheid van een kind?

De casus-aanpak: zorgen om de veiligheid van een kind?

Om inzicht te krijgen in mogelijke knelpunten in de strijd tegen kindermishandeling heeft de Taskforce in 2014 aan diverse professionals, in Amsterdam en de 3 noordelijke provincies, gevraagd praktijkvoorbeelden (casussen) aan te leveren waarbij zij zich ernstig zorgen maken over de veiligheid van kinderen.

Organisaties als Bureau Jeugdzorg/Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), de Raad van de Kinderbescherming, het Steunpunt Huiselijk Geweld, GGD Vangnet, het Openbaar Ministerie en de Politie reageerden op deze oproepen en leverden 24 complexe casussen aan.

De Taskforce heeft samen met de professionals de casussen geanalyseerd en oplossingsrichtingen besproken.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit het ‘casus-onderzoek’?

Onvoldoende (feiten)onderzoek
Men verricht onvoldoende onderzoek naar de achtergrond van ouders, de kwaliteit van de ouder-kindrelatie, het feitelijk vaststellen van kindermishandeling en de mate van bedreiging van de ontwikkeling van het kind.

Moeizame samenwerking
De samenwerking tussen betrokken organisaties verloopt soms stroef. Dat heeft onder meer te maken met verschillende visies over de juiste aanpak van kindermishandeling en onduidelijkheid over de onderlinge rol- en taakverdeling. Een van de oorzaken van de soms moeizame samenwerking is dat het Rijk, provincies, gemeenten en zorgverzekeraars organisaties afrekenen op de eigen prestaties en niet op de gezamenlijke aanpak van kindermishandeling. Professionals ervaren geen landelijke visie en regie op de aanpak van kindermishandeling en daarmee ook niet op de wijze van samenwerken.

Lang wachten met ingrijpen
Men wacht te lang met ingrijpen en het inzetten van de juiste hulpverlening. Gevolgen hiervan zijn: onnodige uithuisplaatsing, onvoldoende waarborging van de veiligheid van kinderen en het niet (tijdig) inzetten van de juiste specialistische interventies.

Botsende rechten
Er bestaat onduidelijkheid over de rechten van de ouders in relatie tot de die van het kind. Dit zie je bijvoorbeeld terug bij vechtscheidingen en ondertoezichtstellingen. Ook bestaat er een spanning tussen het recht op privacy en het delen van informatie. Het huidige systeem levert zoveel barrières op dat er te vaak geen informatie wordt gegeven. Dit belemmert het zicht op de veiligheid van kinderen, een soepele samenwerking, goed feitenonderzoek en het inzetten van de juiste interventies.

Onvoldoende evidence-based interventies
Er zijn onvoldoende evidence-based interventies op kind- en ouderniveau beschikbaar. Wetenschappelijk onderzoek naar effectiviteit van interventies vindt nauwelijks plaats, zodat deze waarschijnlijk ook niet op korte termijn beschikbaar komen.

Wat is er gedaan met de bevindingen?

Op initiatief van Taskforcelid Diana Monissen kwam een groep van 65 professionals, bestuurders, burgemeesters en wethouders uit Friesland, Drenthe en Groningen in juni 2014 bijeen. Samen besloten ze dat zij zich persoonlijk gaan inzetten om kindermishandeling tegen te gaan. Hierbij maken zij gebruik van de kennis die is opgehaald uit de casusaanpak. De groep heeft het plan ‘Actie Noord-Nederland’ opgesteld waarin voor de verschillende knelpunten oplossingen en concrete actiepunten en -houders zijn geformuleerd. In december2014 is de voortgang met elkaar gedeeld.

Een zelfde aanpak is gevolgd in Amsterdam. In september 2014 kwamen ruim 30 Amsterdamse ‘spelers’ op het gebied van het voorkomen en aanpakken van kindermishandeling bij elkaar onder voorzitterschap van Eberhard van der Laan. Het doel van de bijeenkomst was het aanpakken van de in kaart gebrachte knelpunten door het benoemen van concrete oplossingen en het beleggen van eigenaarschap. De actiepunten worden opgenomen in de regionale aanpak ‘huiselijk geweld en kindermishandeling’.