De regionale aanpak van de Taskforce: samenwerken aan oplossingen | Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik

U bent hier:Home > Thema's > De regionale aanpak van de Taskforce: samenwerken aan oplossingen

De regionale aanpak van de Taskforce: samenwerken aan oplossingen

Samen met alle betrokken partijen brengt de Taskforce knelpunten in kaart en benoemt ze oplossingen, actiepunten en eigenaarschap. Dat is de essentie van de regionale aanpak van de Taskforce.

Samen met alle betrokken partijen binnen een regio brengt de Taskforce knelpunten bij de aanpak van kindermishandeling in kaart. Hierna benoemt ze oplossingen, actiepunten en eigenaarschap. Dat is de essentie van de regionale aanpak van de Taskforce. De Taskforce is in diverse regio’s en gemeenten actief.

Op initiatief van Taskforcelid Diana Monissen kwam een groep van 65 professionals en bestuurders uit Friesland, Drenthe en Groningen in juni 2014 bijeen. Zij besloten zich persoonlijk te gaan inzetten om kindermishandeling tegen te gaan. Hierbij maken zij gebruik van de kennis die is opgehaald uit de casusaanpak. De groep heeft het plan ‘Actie Noord-Nederland’ opgesteld waarin voor de verschillende knelpunten oplossingen en concrete actiepunten en -houders zijn geformuleerd.

Een zelfde aanpak is gevolgd in Amsterdam. In september 2014 kwamen ruim 30 Amsterdamse ‘spelers’ bij elkaar onder voorzitterschap van Eberhard van der Laan. Ook hier zijn actiepunten benoemd en is eigenaarschap belegd. De actiepunten zijn opgenomen in de regionale aanpak ‘huiselijk geweld en kindermishandeling’.

In augustus 2015 hebben de gemeente Zaanstad en een groot aantal betrokken instellingen – op initiatief van Taskforcelid Niko Persoon - besloten om de aanpak van kindermishandeling een extra impuls te geven. Er zijn onder meer afspraken gemaakt over het delen van kennis, elkaar aanspreken, het overwinnen van handelingsverlegenheid en ervoor zorgen dat kinderen niet uit beeld raken als gezinnen verhuizen, van school wisselen of niet meer komen opdagen bij de dokter.

In september 2015 zijn vijftien Limburgse bestuurders een beweging gestart tegen kindermishandeling. De Limburgse burgemeesters en bestuurders van diverse instellingen spraken af zich als ambassadeur sterk te maken voor het terugdringen van het aantal mishandelde kinderen in Limburg. Dit doen ze gezamenlijk als groep, maar ook als individu. Zo bespreken zij met collega-bestuurders en professionals hoe zij hen kunnen helpen bij het vergroten van de veiligheid van Limburgse kinderen. Ook willen zij de inwoners van Limburg bewust maken van wat zij zelf kunnen doen wanneer zij een vermoeden hebben van kindermishandeling.


Ook de VNG en het Rijk slaan de handen inéén voor een betere aanpak van kindermishandeling middels het gezamenlijke programma “Collectief tegen Kindermishandeling”. In zes gemeenten (Leeuwarden/Weststellingwerf, Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht, Arnhem en Heerlen) zijn in 2015 collectieven opgezet, gericht op sociale innovatie en beter samenwerken tussen de zorg, het onderwijs en de strafketen (politie, justitie, jeugdbescherming, rechterlijke macht en reclassering). Mogelijk komen daarbij knelpunten aan het licht, bijvoorbeeld in de wet- en regelgeving. De departementen en de VNG kunnen daarmee dan snel aan het werk.
Zie de website van de VNG voor de voortgang van de Collectieven.